Hip-Hop Toen en Nu

Def P
donderdag 6 september 2007

Hip-Hop toen en Hip-Hop nu. Wat zijn de verschillen werd mij gevraagd. Nou, daar kan ik een aardig boekje over open doen. De vraag is alleen of dat wel verstandig is. De overeenkomst tussen toen en nu is namelijk ook duidelijk: Hip-Hop trekt voornamelijk een jong publiek en zal dat voorlopig ook wel blijven doen. En gasten zoals ik, die al ruim twee decennia mee draaien als rapper, behoren in deze betrekkelijk jonge cultuur al snel tot de ouwe lullen. De Hip-Hop-opa’s uit de vorige eeuw. Zeker als ik me laat verleiden tot uitspraken dat vroeger alles beter was. En die kant kan een column als deze vrij makkelijk op gaan. Laat ik daarom vooral objectief blijven.

Toen de eerste Hip-Hopfeestjes in Amsterdam plaats vonden, zo halverwege de jaren ’80, was alles nog extreem underground. Het publiek dat er op af kwam was grotendeels zwart, jong, mannelijk en bloedfanatiek. De gemiddelde blanke Nederlander had nog nooit van Hip-Hop gehoord en kwam je op dit soort feesten dan ook nauwelijks tegen. Er was nog geen MTV of soortgelijke clipkanalen, er waren nog vrijwel geen boeken of andere info beschikbaar over Hip-Hop, en niemand had internet. Je was Hip-Hopper, of je was het niet. En als je het was haalde je al je kennis uit de scene en de platen zelf. Deze platen hoorde je op de radiopiraten of kocht je bij de betere importzaken. Hip-Hop was obscuur, het was rauw, vernieuwend, revolutionair, origineel, puur, zeldzaam, bijzonder, spannend, een tikkeltje agressief, maar vooral ‘hardcore’,‘echt’ of ‘straat’.

Tegenwoordig groeien jongeren op in een totaal andere wereld. Hip-Hop is overal. TV, radio, de hitparade, tijdschriften, internet, mode, en zelfs in fucking reclamespotjes. Hip-Hop is universeel, het is commercieel, controversieel, en compleet doorgedrongen in ons dagelijks leven. Het is megabusiness. Vroeger was je de held als je je afzette tegen het systeem en op kwam voor de onderdrukten. Nu ben je de held als je juist dusdanig goed kunt meedraaien in het systeem, ofwel ‘the game’, dat je er miljoenen mee verdiend.

Ik heb hier vroeger vaak mijn ergernis over uitgesproken. Maar inmiddels ben ik ouder en wijzer en weet ik dat het een onvermijdelijk gevolg is van het feit dat Hip-Hop de ghetto’s ontsteeg en aansloeg bij een groter, multicultureel publiek. Vanaf het moment dat blanke jongetjes zoals ik zelf rapplaten gingen kopen werd het een wereldwijde business en veranderde daardoor de cultuur. Een beetje ‘eigen schuld dikke bult’ dus.

Aan één kant is Hip-Hop hierdoor voor een groot deel nogal plat, voorspelbaar, materialistisch, inhoudsloos en zakelijk geworden. Aan de andere kant is het nu een onontkoombaar fenomeen waar duizenden mensen hun baan aan te danken hebben. Zowel geestelijk als financieel is het voor ontelbare mensen een steun en toeverlaat. En tot in de sloppenwijken van Afrika aan toe geeft Hip-Hop zelfs de allerarmste mensen nog een krachtige stem die steeds vaker gehoord wordt. En zo komt Hip-Hop ondanks, of misschien wel dankzij al die geldgraaiende bling-bling-patsers weer bij zijn oorspronkelijke intentie terecht. Want ondanks het commerciële topje van de ijsberg dat de media ons voorschotelt houdt nog altijd 90 procent de overige 10 procent van de ijsberg boven water. Met andere woorden, de underground is groter, sterker en fanatieker dan ooit. Hip-Hop is onderhand een volwassenen genre. Rappers hebben niet alleen steeds meer te vertellen, hun woorden komen ook steeds meer bij een groter publiek aan.

Vroeger moest je als rapper vooral stoer, macho en mannelijk zijn. Rappers die het waagden om soft of commercieel te zijn werden in het meest gunstige geval niet serieus genomen, maar meestal eerder zonder pardon het podium afgerost. Ik wil dit niet goed praten, maar het had wel iets. Een rapnummer als Moppie of zelfs een hitpersiflage als Bubbelbad had je vroeger je kop gekost. Tegenwoordig staan blanke jongens op het zelfde podium hier doodleuk de held mee uit te hangen. Geld veranderd alles. Credits en respect zijn nu meer gelinkt aan succes dan aan originaliteit.

Wat dat betreft is Nederland altijd al een kleine kopie van Amerika geweest. Wat zij doen, doen wij even later na in het klein. En waag het niet om boven het maaiveld uit te steken. Als je hier een eigen sound en een eigen flow hebt die afwijkt van de hedendaagse Amerikaanse norm wordt er openlijk beweert dat je geen “echte Hip-Hop” maakt. En dat is opmerkelijk, want wat is “echte Hip-Hop” en wie bepaald dat? Op de eerste “echte” Hip-Hopplaten die uit kwamen werd de muziek nog gewoon door een band gespeeld. Later werden er breaks van platen geloopt of hele beats van Kraftwerk “geleend”. Weer wat later kwam er steeds meer apparatuur bij kijken en maakte je pas de echte pure Hip-Hop als je beats kaal en rauw uit een drumcomputer kwamen beuken. Toen weer even later de sampler werd uitgevonden maakte je pas echte Hip-Hop als er soul, jazz of funk invloeden in je beats verwerkt zaten. En omdat er in de jaren daarna in Amerika veel artiesten keihard zijn aangepakt op samples die zonder toestemming zijn gebruikt zijn we nu weer een beetje terug naar de kale basis gegaan. Hoe dan ook, de definitie van pure of echte Hip-Hop is een oeverloze discussie. Voor mij is het nog altijd een kwestie van origineel met muziek bezig zijn. Toen of nu.

Ook de journalistiek rond Hip-Hop is erg veranderd als je toen en nu vergelijkt. Vroeger werd er vrij algemeen over gerapporteerd en probeerden journalisten vooral uit te leggen wat Hip-Hop nou precies was. Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Er wordt juist gefocust op de sterren, of journalisten proberen juist zelf naar de voorgrond te treden met allerlei meningen en standpunten. Ik struikel hier in Nederland steeds vaker over zelfbenoemde “Hip-Hopkenners”. En omdat Nederland zo klein is ontstaat er steeds meer een gevestigde orde onder de grootste labels, bladen, radiozenders en TV-programma’s die iets met Hip-Hop te maken hebben. Dit kleine groepje mensen heeft gezamenlijk de macht om artiesten te maken of te kraken en deze positie bevalt ze uitstekend. Kleinschalig als we zijn draait ook hier nu alles om geld en vriendjespolitiek. En ook dat was vroeger wel anders. Toen zat iedereen in het zelfde schuitje en was een doorbraak slechts een droom. Meer een machteloos kliekje eigenlijk. Ik juich het daarom toe dat ook in Nederland steeds meer bladen en websites over Hip-Hop rapporteren. Het zal de Nederlandse Hip-Hop goed doen als er meer diversiteit in de berichtgeving, airplay en vooral de publieke beoordeling komt. Er loopt hier namelijk veel talent rond dat een eerlijke kans verdient. Dus genoeg over toen en nu, laten we kijken naar de toekomst!

Def P.