Sharkey - Sharkey’s Machine
Babygrande
maandag 24 mei 2004
Basic
2889 keer gelezen (gemiddeld 1,3 keer per dag)
Sharkey was voor mij een grote onbekende. Toch schijnt deze DJ uit Washington DC al een behoorlijke reputatie opgebouwd te hebben, onder andere als onderdeel van de groep ‘The Crownsayers’. Dit is echter een soloalbum van de man, waarop echter de nodige cameo’s te vinden zijn.
De plaat begint met een intro genaamd ‘Warming Up For A Scissor Fight’ waarop goed te horen waar Sharkey’s talenten liggen: de scratches! ‘Fuzz’ feat. Cannibal Ox begint met irritante elektro piepjes en een zo nu en dan haperende beat. De electro-geluiden vormen de basslijn van het nummer, en de raps van Ox zijn doorspekt met stereo-effecten. Naarmate het midden van het nummer wordt de beat steeds aangenamer en minder storend. Dit is echter niet van lange duur, want zowel Ox als Sharkey waren nog niet klaar met rappen. Ook de vervormende effecten in het refrein doen de track geen goed. ‘Phone Sex’ met Cherrywine is een lekkere jam, waarop de vertrouwde vocalen van Butterfly (ex-Digable Planets) heerlijk tot hun recht komen. Een verademing na de vorige track.
‘Little Cabin Song’ feat. Billy Moon & Zooks from The Spark is een country-achtig nummer over gebroken drums. De mix van live drums en geprogrammeerde drums valt goed uit in dit geval. The Spark is trouwens de band van DJ Sharkey.
‘If It Fits’ is een instrumentale track, met sfeervolle en lekker lopende scratches. De gebruikte cuts doen erg trippy aan. Verder is dit een erg gevarieerde track met een terugkerend gitaarloopje dat hypnotiserend werkt. Al met al een dope jam. ‘Summer in the City (Lovin’ It)’ feat. Jean Grae is een beetje een tegenvaller. De beat is sloom en stuiterend, wat een probleem blijkt te zijn voor Jean. Haar raps zitten meer dan eens totaal naast de beat. Alleen in het refrein lijken de vocalen en de beat elkaar aan te vullen, terwijl ze apart beschouwd beiden dope zijn. Een gemiste kans dus. ‘Skateboarders Blues’ wederom met Zooks is een lichtvoetige jam over hoe de beste man zijn tijd indeeld: “I used to skate around the Neighbourhood, but now I just jerk off on the Internet”.
‘A Typical Day in Sunny Washington, D.C.’ feat. The Graykid is een up-tempo jam, waar de Graykid zingt over aan de stad Washinton gerelateerde problemen. Grappig is de verwijzing naar Dave Chapelle’s sketch over Washington, aan het eind van het nummer. ‘Slo-Mo in the Grotto’ is een instrumentale track met scratches met zware echo-effecten. De hypnotiserende zangklanken zorgen voor een heel apart sfeertje. Dope titel trouwens. ‘Here We Are’ is een folk-achtig nummer met de zang van Billy Moon. Zware drums stuwen na een lo-fi begin de stem van Billy voort. Tegen het einde komen de trippy geluiden weer naar voren waar Sharkey blijkbaar erg van houdt. ‘Icewater’ is een niet boeiende, instrumentale track met samples over de titel. Op ‘All For Nothing’ is Grand Puba te horen. Mijn hoge verwachtingen werden echter al zeer spoedig de grond in getrapt. Puba komt met cliché op cliché en de poppy-zang van Billy Moon is ronduit vervelend in het refrein. Hoogtepunt van dit album is wat mij betreft het nummer ‘Snowbird’ met de Pharcyde. Het is een heerlijk licht, zomers liedje, dat een beetje de richting van de latin-jazz opgaat. Vloeiende raps en heerlijke lieve zang maken dit tot het hoogtepunt van deze cd!
Al met al vind ik het, uitzonderingen daargelaten, een niet erg bijzonder album. De grote variatie in muziekstijlen pakt in dit geval niet helemaal goed uit. Het is in een heleboel gevallen allemaal net niet lekker. De tracks met Cherrywine en The Pharcyde zijn absoluut uitzonderingen hierop en zullen nog vaak de weg naar de cd-speler vinden.
www.babygrande.com



.jpg)

.jpg)


 of N.O.R.E. (3).jpg)

